Copyright 2004 Alfa Romeo Giulietta Register Nederland alle rechten voorbehouden
TECHNIEK
Bougie's

Golden Lodge 2 HL bougies een magisch merk, maar niet meer van
deze tijd, ze slaan vet, kolen dicht, dus om de haverklap
schoonmaken. De halve Nederlandse garagewereld monteert al
jaren NGK bougies, jawel, een bougie van Japanse makelij, maar
wel erg goed en wereldwijd het meest verkocht. Weinig problemen
en ook bij lange afdalingen geven ze geen krimp en doen gewoon
wat ze moeten doen, een krachtige vonk en dat willen we niet
waar? Al een klein jaar rijd ik zelf met deze pitten. Na 2 rallys en
een tocht naar Italië zijn ze er nog niet uitgeweest.
Proberen? Het type is BPR 6 ES.

Warmtewaarde en -cijfer

Een moderne bougie moet individueel ontworpen zijn voor de verschillende motorconstructies en rijomstandigheden. Een bougie,
die zonder problemen in alle motoren functioneert, bestaat niet.
Omdat de temperatuurontwikkeling in de verbrandingsruimte van de afzonderlijke motoren heel verschillend is, zijn er dus bougies
nodig die een verschillende warmtewaarde hebben. Deze warmtewaarde wordt aangeduid door het zogenaamde warmtewaarde
cijfer. Bij oude bougies die maar in een enkel bereik ingezet werden, werden vroeger cijfercombinaties gebruikt die uit twee of drie
cijfers bestonden, om de verschillende warmtewaarden aan te duiden.
Deze warmtewaarden, weergegeven door het warmtewaarde cijfer, geven een op de elektroden en de isolator gemeten, gemiddelde
temperatuur weer, die overeenkomt met de belasting van de motor Aan de punt van de isolator moet de bedrijfstemperatuur tussen
400°C en 850°C liggen; de temperatuur moet hoger zijn dan 400°C, omdat bij deze hogere temperaturen de roet- of olieaanslag
verdwijnen en de bougie zich zodoende zelf reinigt.

De temperatuur aan de isolator mag echter ook niet hoger zijn dan 850°C , omdat bij een temperatuur van meer dan 900°C
gloeiontstekingen optreden. Bovendien worden de elektroden bij extreem hoge temperaturen ook nog door chemisch-agressieve
verbindingen aangetast of vernield. Dit alles heeft er niet alleen toe geleid dat de technische ontwikkeling zich afwendde van de
enkel-bereik-bougie en zich op de moderne bougie concentreerde die in meer bereiken ingezet kan worden, meer nog: Door de
ontwikkeling van nieuwe materialen, vooral voor de isolatoren of door het gebruik van een hoogwaardige koperen kern in de
middenelektroden, komt men tegemoet aan de tegenwoordig vereiste kwaliteitsstandaard voor dit groot aantal van verschillende
warmtewaarden.
Deze technische voordelen hebben ertoe geleid dat de aanduiding van de bougies gewijzigd werd. Tegenwoordig onderscheiden de
moderne fabrikanten, zoals NGK, de meer-bereiken-bougies met cijfercombinaties die slechts uit een of twee cijfers bestaan. Deze
cijfercombinaties houden geen verband meer met het "oude" warmtewaarde cijfer. Tegelijkertijd is in de verkoopdocumenten voor elke
motor aangegeven, welke bougie voor deze betreffende motor geschikt is.

Voor NGK bougies bestaat een heel eenvoudige vuistregel:
Laag warmtewaarde cijfer (bijv. BP4ES) "Hete bougie"
hoge warmteopname, afhankelijk van de lange isolatorpunt
Hoog warmtewaarde cijfer (bijv. BP8ES) "Koude bougie"
geringe warmteopname, afhankelijk van de korte isolatorpunt
(Bron: www.ngk.de)